‘It giet oan!’ 
yn stripfigurenlân

Tekst: Martine van der Linden Foto: Robert Posthumus 

MAKKUM – Iedere winter begint het hart van de schaatliefhebber sneller te kloppen. ‘Zal de Elfstedentocht doorgaan?’ is de vraag die wordt gesteld vanaf het moment dat de dagen korter worden. Helaas, meer dan wat recreatieschaatsen tussen de wakken door zit er al sinds 1997 niet in. Maar goed nieuws: deze winter zal het écht gaan heven. Voor zowel schaats- als stripfiguurliefhebbers. Want voor Hotze Klots, een vrij nieuwe bewoner in stripfigurenland, ‘giet it oan!’

Geen superheld, niet slim, niet dom, hij kent zijn klungelige momenten maar heeft meer talent in de sport dan hij zelf ooit had gedacht. Dat is Hotze Klots, een jonge telg uit een kaatsfamilie. In zijn verhaal dat in 2005 uit kwam, de Gouden Handschoen, zag hij het levenslicht. Hij ontdekte dat kaatsen de sport was die hem paste als een kaatshandschoen – al moest hij er in eerste instantie niks van hebben. Een avontuurlijk, humoristisch verhaal met educatieve trekjes. Het had een grotere aantrekkingskracht op liefhebbers van stripverhalen dan de makers, tekenaar Aart Cornelissen en tekstschrijver Otto Gielstra, ooit hadden gedacht.

Bijzonder
Niet alleen gaat het eerste verhaal over het kaatsen, een sport die lang niet overal in Nederland bekend is, de tekstballonnen zijn bovendien gevuld met uitsluitend Friese woorden. Dit kan zelfs voor de inheemse Friezen een drempel zijn om het stripboek te lezen. ‘De doelgroep was inderdaad klein,’ zo geeft Aart toe. ‘Maar elk nadeel heb z’n voordeel.’ Hij doelt hiermee vooral op het feit dat een Friese strip over kaatsen in zijn geheel bijzonder is. ‘Naar ons weten is er nog niet eerder een dergelijk stripverhaal op de markt gekomen. Juist dát maakte de mensen nieuwsgierig, denk ik. Maar eerlijk gezegd hadden we niet gedacht dat het verhaal zo succesvol zou zijn.’

Zo bijzonder als dit stripverhaal is, zo kent ook het duo dat Hotze Klots op papier liet ontstaan een bijzondere geschiedenis met enkele toevalligheden. Het komt wellicht vaker voor dat een Amsterdammer zoals Aart verhuist naar een dorp als Makkum om uit de drukte van de hoofdstad te ontsnappen. Maar hoe vaak komt het voor dat een Amsterdammer door een artikel in de Volkskrant over de 150ste PC dusdanig nieuwsgierig wordt naar het fenomeen ‘kaatsen’ dat hij zich in deze sport gaat verdiepen, lid wordt van een kaatsvereniging en zelfs een diploma haalt in deze sport? En hoe groot is de kans dat hij, tijdens de Makkum Merke van 2004, de tekstschrijver genaamd Otto ontmoet die samen met hem het idee lanceert om een stripverhaal te schrijven over het kaatsen? Toch is het allemaal zo gegaan. Het zou al helemaal bijzonder worden als Aart in de drieënhalf jaar dat hij hier woont vloeiend Fries kon spreken en schrijven. Ook dat scheelt niet veel. Hij weet me met een zekere trots te vertellen dat hij een heus lied heeft geschreven in het Fries. ‘Maar,’ zo voegt hij eraan toe, ‘volgens Otto lijkt het meer op Noors.’

Avontuur op het ijs
Met het succes van de Gouden Handschoen is voor beide heren een droom uitgekomen. Ze zijn striptekenaars en ze hebben met het succes van hun eerste verhaal, reden genoeg om een tweede te schrijven. Want de talenten van Hotze Klots rijken verder dan het kaatsveld alleen. Deze winter zal hij de gure wind en het gladde ijs trotseren, trachtend om als eerste over de finish van de Elfstedentocht te komen. ‘Voordat hij dat kan, moet hij trainen,’ legt Otto uit. ‘Zo zal hij meedoen aan wedstrijden op de korte baan. Maar ook zal de weg naar de Elfstedentocht voor Hotze een aantal onverwachte wendingen kennen. Zo zal hij Koning Thialf ontmoeten die voor hem de vraag beantwoordt waarom de laatste winters niet streng genoeg zijn geweest voor de Elfstedentocht. Net zoals in De Gouden Kaatswant, waar de sport zelf een beetje in wordt uitgelegd, zal ook in dit verhaal een stukje educatie terug komen.’

Er gaat aan het maken van het verhaal enige onderzoek vooraf. Aart legt uit dat hij al langere tijd de site van weerman Jan Versteegt bezoekt om meer over klimaatveranderingen te weten te komen. Bij het tekenen van voorwerpen of interieurs waarvan hij niet zeker weet hoe het er precies uit ziet, raadpleegt hij boeken of het internet. ‘Al met al heeft er flink wat tijd in deze strip gezeten,’ zegt Aart. ‘De finish is nu in zicht, dus nu wil je het ook graag afmaken. Maar tegelijk is het ook zo dat wanneer het verhaal eenmaal af is, je wel iets mist. Juist omdát je er zo lang intensief mee bezig bent geweest.’ 

Aanvulling
De samenwerking tussen Aart en Otto was vanaf dag één al goed geweest. ‘De wisselwerking tussen ons verloopt prima,’ legt Otto uit. ‘We vullen elkaar aan.’ Aart bevestigt dit direct. ‘Otto weet wat er in Fryslân speelt en wat Fries is en wat niet. Hij is oprichter van Stichting Ald Makkum, dus weet veel van de Friese geschiedenis af. Mocht een tekening niet helemaal kloppen of compleet zijn, dan kan Otto dat met de tekst weer rechtzetten.’

Afgelopen zomer had het team er overigens een derde hand bij. ‘Een goede vriend van ons, Albert van der Woude, wist wel een en ander af van het maken van websites,’ vertelt Aart. ‘Hij bood zelf aan om een website over Hotze Klots te maken. Hij werd hoe langer hoe meer enthousiast over dit klusje en dat zie je wel aan het resultaat. We zijn erg blij met de site. Je kunt kaartjes versturen, nieuws over Hotze Klots lezen en natuurlijk de strip bestellen.’

Over het kopen van de strip gesproken: ook zij die niet goed Fries kunnen lezen is er bij de uitgave van de tweede Hotze Klots reden om straks tóch het nieuwe verhaal te bestellen. Dit keer zal Hotze namelijk twee talen spreken. Otto: ‘Hotze Klots en de Elfstedentocht wordt dit keer ook in het Nederlands uitgebracht. Dat is pas nadat de Friese versie is verschenen, maar hoe dan ook: Nederlandstalige stripverhaalliefhebbers kunnen straks ook ervaren wie Hotze Klots is en wat hij doet.’

Elfstedentocht in februari?
De horizon voor Hotze wordt dus wat doelgroep betreft verbreed, maar hoe zit dat met zijn sporttalent? De kans is groot dat er nog meer verhalen over Hotze Klots zullen volgen. Aart en Otto weten alleen nog niet zeker waarover die zullen gaan. Skűtsjesilen of fierljeppen, of toch voetballen bij SC Heerenveen? ‘Dat zien we nog wel,’ aldus Otto. ‘Misschien gaat zijn volgend avontuur wel over een wereldgebeurtenis. In elk geval zullen Fryslân en sport de basis vormen.’ 

Overigens: welke titel het verhaal over de elfstedentocht zal krijgen, laten de makers van Hotze Klots voorlopig in het midden. Maar over één ding zijn Aart en Otto zeker van. De uitgave van het tweede Hotze Klots-avontuur valt samen met de Elfstedentocht van deze winter. Otto: ‘En wij richten ons erop dat het verhaal in februari uit komt.’